Hoofdrekenen oefenen

Tot 100 · Tot 1000 · Keer en delen · Volwassenen

GratisZonder accountGeen reclame in het spelOm te printen

Groep 4-8 (2de-6de leerjaar) · kerndoelen rekenen en wiskunde · referentieniveau 1F / 1S

Stap voor stap

  • Rijgen: 47 + 35 = 47 + 30 + 5 = 82.
  • Splitsen: 47 + 35 = (40 + 30) + (7 + 5) = 70 + 12 = 82.
  • Compenseren: 63 − 29 = 63 − 30 + 1 = 34.
  • Verdubbelen en halveren: 25 × 16 = 50 × 8 = 100 × 4 = 400.
  • Via de tafels: 4200 : 7 = 42 : 7 met twee nullen = 600.
Hoofdrekenen oefenen tegen de klok: 480 gedeeld door 8

Tot 100 · 60 seconden · cijfertoetsen ·

Werkbladen om te printen

  • Hoofdrekenen tot 100

    A4 · 50 sommen · met antwoordblad

    PDF downloaden

    Terwijl het geprint wordt: speel Hoofdrekenen

  • Hoofdrekenen tot 1000 en met tientallen

    A4 · 50 sommen · met antwoordblad

    PDF downloaden

    Terwijl het geprint wordt: speel Hoofdrekenen

  • Hoofdrekenen met kommagetallen en procenten

    A4 · 40 sommen · met antwoordblad

    PDF downloaden

    Terwijl het geprint wordt: speel Hoofdrekenen

Maak je eigen werkblad

Aantal sommen
Indeling
Antwoordblad op pagina 2
Papier
Aantal versies

Vijf strategieën voor hoofdrekenen: rijgen, splitsen, compenseren, verdubbelen en via de tafels

Hoofdrekenen: snel en slim rekenen zonder papier

Hoofdrekenen is rekenen in je hoofd, zonder papier en zonder rekenmachine. Het is geen trucje voor rekenwonders, maar iets wat iedereen elke dag nodig heeft: bij de kassa, in de keuken, bij het plannen van een reis. Op deze pagina kun je hoofdrekenen oefenen in korte rondjes van 60 seconden, op vier niveaus: tot 100, tot 1000, keer en delen, en een niveau voor volwassenen. Hierboven staan de vijf strategieën die op Nederlandse en Vlaamse scholen het meest gebruikt worden.

Hoofdrekenen op de basisschool

Hoofdrekenen loopt als een rode draad door de basisschool. In groep 4 en 5 gaat het om sommen tot 100 en tot 1000, in groep 6 om keersommen met tientallen (6 × 40), en in groep 7 en 8 om kommagetallen en procenten. Het verschil met cijferen (onder elkaar rekenen) is dat je bij hoofdrekenen kiest hoe je de som aanpakt: 63 − 29 reken je het makkelijkst als 63 − 30 + 1. Juist dat kiezen moeten kinderen leren, en dat gaat het best door veel korte rondjes.

Hoofdrekenen oefenen voor volwassenen

Ook veel volwassenen willen hun hoofdrekenen opfrissen: voor een sollicitatietest of assessment, voor de rekentoets van de pabo, of gewoon om scherp te blijven. Kies dan het niveau "Volwassenen": het spel krijgt een rustige, zakelijke vormgeving zonder kinderplaatjes, met grotere getallen en keersommen met tientallen door elkaar; kommagetallen en procenten oefen je met het derde werkblad op deze pagina. Je eigen beste score wordt in deze browser bewaard, zodat je je vooruitgang ziet. Elk rondje krijgt een nieuwe reeks sommen, dus je kunt elke dag opnieuw beginnen.

Zo word je sneller in hoofdrekenen

  • Ken de basis uit je hoofd: de tafels en de splitsingen tot 20. Daar bouwt alles op.
  • Kies een strategie voor je begint: rond maken, splitsen of rijgen.
  • Schat eerst: 9 × 46 is ongeveer 450. Komt er 4140 uit, dan zit je er een nul naast.
  • Kort en vaak: drie rondjes van een minuut per dag werken beter dan een half uur per week.

Hoofdrekenen oefenen online kan elke dag even, op elk apparaat.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen hoofdrekenen en cijferen?

Bij hoofdrekenen reken je in je hoofd en kies je zelf een slimme aanpak. Bij cijferen zet je de getallen onder elkaar en volg je vaste stappen per cijfer.

Hoe kan ik hoofdrekenen oefenen als volwassene?

Kies het niveau "Volwassenen" en speel elke dag een paar rondjes van 60 seconden. Begin met ronde getallen en tientallen, en verhoog daarna het tempo.

Helpt dit voor de rekentoets van de pabo?

Het traint de basis die in zo'n toets nodig is: snel en foutloos rekenen met hele getallen; kommagetallen en procenten staan op het werkblad om te printen. Het is geen oefentoets van de pabo zelf.

Welke trucjes zijn er voor hoofdrekenen?

Rond maken en verbeteren (198 + 57 = 200 + 57 − 2), verdubbelen en halveren (25 × 16 = 100 × 4) en de tafels gebruiken (4200 : 7 = 600).