Plussommen met tientalovergang: zo ga je over het tiental
GratisZonder accountGeen reclame in het spelOm te printen
Groep 3-5 (1ste-3de leerjaar) · kerndoelen rekenen en wiskunde
Stap voor stap
Voorbeeld 1 - tot 20, via de 10: 8 + 5
- Hoeveel moet er bij 8 om 10 te maken? 2.
- Splits de 5 in 2 en 3.
- 8 + 2 = 10.
- 10 + 3 = 13. Dus 8 + 5 = 13.
Voorbeeld 2 - tot 100, rijgen: 47 + 35
- Eerst de tientallen erbij: 47 + 30 = 77.
- Dan de eenheden, via het tiental: 77 + 3 = 80.
- Nog 2 erbij: 80 + 2 = 82. Dus 47 + 35 = 82.
Voorbeeld 3 - onder elkaar (cijferen, vanaf groep 5-6): 347 + 285
1 1
H T E
3 4 7
+ 2 8 5
-------
6 3 2
- Eenheden: 7 + 5 = 12 → schrijf 2, onthoud 1.
- Tientallen: 1 + 4 + 8 = 13 → schrijf 3, onthoud 1.
- Honderdtallen: 1 + 3 + 2 = 6 → schrijf 6.
- Uitkomst: 347 + 285 = 632.

Plus over het tiental tot 20 · 10 sommen · zonder tijd · cijfertoetsen ·
Werkbladen om te printen
Plussommen over het tiental tot 20
A4 · 30 sommen · met antwoordblad

Terwijl het geprint wordt: speel Plussommen met tientalovergang
Plussommen met tientalovergang tot 100
A4 · 30 sommen · met antwoordblad

Terwijl het geprint wordt: speel Plussommen met tientalovergang
Plussommen onder elkaar
A4 · 20 sommen · met antwoordblad

Terwijl het geprint wordt: speel Plussommen met tientalovergang


Wat is de tientalovergang?
Bij een plussom met tientalovergang ga je over een tiental heen: 8 + 5 = 13 gaat over de 10, en 47 + 35 = 82 gaat over de 80. Het is een van de grootste stappen van het rekenen in groep 3 en 4, omdat kinderen niet meer gewoon kunnen doortellen. Op deze pagina zie je hoe plussommen met tientalovergang werken, met drie uitgewerkte voorbeelden, en kun je ze oefenen met spelletjes en werkbladen. In Vlaanderen heet dit "optellen met brug" of "over het tiental".
Via de 10: het belangrijkste trucje
De manier die bijna alle scholen leren, is via de 10. Bij 8 + 5 maak je eerst de 10 vol (8 + 2), en dan tel je de rest erbij (10 + 3). Daarvoor moet je kind twee dingen kunnen: weten hoeveel er bij een getal moet om 10 te maken (de verliefde harten: 8 en 2) en de 5 kunnen splitsen in 2 en 3. Lukt splitsen nog niet goed? Oefen dan eerst op de pagina "Splitsen". Het rekenrek helpt ook: je ziet de bovenste rij vol raken.
Tot 100: rijgen over het tiental
Bij sommen tot 100 werkt hetzelfde idee. 47 + 35: eerst 47 + 30 = 77. Dan moeten er nog 5 bij, en dat gaat via de 80: 77 + 3 = 80 en 80 + 2 = 82. Op de lege getallenlijn zijn dat drie sprongen. Sommige kinderen rekenen liever eerst de tientallen en eenheden apart (40 + 30 = 70, 7 + 5 = 12, samen 82); beide manieren zijn goed.
Onder elkaar: het onthoudcijfertje
Vanaf groep 5 of 6 leren kinderen grotere plussommen onder elkaar te zetten: vaak eerst kolomsgewijs, daarna cijferend optellen. Je begint rechts bij de eenheden. Zijn die samen 10 of meer, dan schrijf je alleen het laatste cijfer op en zet je een klein 1'tje boven de tientallen: dat is het onthoudcijfertje. In het spel "Onder elkaar" vult je kind elk hokje zelf in, met een korte hint bij een fout cijfer; op papier oefen je met het werkblad "Plussommen onder elkaar".
Veelgestelde vragen
Wat betekent tientalovergang?
Dat een som over een tiental heen gaat: 8 + 5 = 13 gaat van onder de 10 naar boven de 10.
In welke groep leer je de tientalovergang?
De sommen tot 20 meestal in groep 3 en 4, tot 100 in groep 4 en 5, en onder elkaar vanaf groep 5 of 6.
Wat is "met brug" rekenen?
Zo heet de tientalovergang in Vlaanderen: optellen of aftrekken waarbij je over het tiental gaat.
Hoe help ik als mijn kind blijft doortellen?
Oefen de verliefde harten (de paren die samen 10 zijn) en het splitsen van getallen tot 10. Dan wordt via de 10 rekenen sneller dan tellen.