Sommen tot 20: plus en min tot 20 met spelletjes

GratisZonder accountGeen reclame in het spelOm te printen

Groep 3-4 (1ste-2de leerjaar) · kerndoelen rekenen en wiskunde

Stap voor stap

  • Zonder tientalovergang: 12 + 5 → 2 + 5 = 7, het tiental blijft: 17.
  • Plus via de 10: 8 + 5 → van 8 naar 10 is 2 → er blijft 3 over → 10 + 3 = 13.
  • Min via de 10: 13 − 5 → van 13 naar 10 is 3 → nog 2 eraf → 10 − 2 = 8.
  • Met dubbelen: 7 + 8 → 7 + 7 = 14 en nog 1 → 15.
  • Controle: 13 − 5 = 8, want 8 + 5 = 13.
Rekenspel tot 20: kies de poort om door de muur van 15 te breken

Plus en min tot 20 · 10 sommen · zonder tijd · kies uit 4 ·

Werkbladen om te printen

Maak je eigen werkblad

Aantal sommen
Indeling
Antwoordblad op pagina 2
Papier
Aantal versies

Via de 10 op het rekenrek: 8 plus 5 is 13
8 + 5 = 8 + 2 + 3 = 13
Getallenlijn van 0 tot 20 met de sprong van 8 naar 13 via 10

Rekenen tot 20: de belangrijkste stap van groep 3 en 4

Sommen tot 20 zijn het hart van het rekenen in groep 3 en groep 4. Eerst sommen waarbij het tiental blijft staan, zoals 12 + 5 en 17 − 3, en daarna de lastigere sommen over het tiental, zoals 8 + 5 en 13 − 5. Op deze pagina oefent je kind plussommen en minsommen tot 20 met spelletjes; het spel mengt beide soorten. In Vlaanderen is dit de stof van het 1ste en 2de leerjaar.

Het trucje: via de 10

Bij 8 + 5 maak je eerst de 10 vol: van 8 naar 10 is 2. Van de 5 blijft dan 3 over, en 10 + 3 = 13. Daarvoor moet je kind de splitsingen kennen: 5 is 2 en 3. Bij minsommen werkt het net zo, maar dan terug: 13 − 5 is eerst 3 eraf naar 10, en dan nog 2 eraf: 8. Op het rekenrek en de getallenlijn zie je die twee stappen goed. Werkt je kind liever met dubbelen? Ook goed: 7 + 8 is 7 + 7 en nog 1.

Sommen tot 20 automatiseren

Aan het eind van groep 4 moeten de sommen tot 20 vlot gaan, zonder tellen. Dat lukt het best met korte, regelmatige rondjes. In de poortenrace kiest je kind de poort die zijn groepje laat groeien, bijvoorbeeld "+ 5" of "+ 9", en moet het snel inschatten welke uitkomst het grootst is. "Maak 20" traint de paren die samen 20 zijn (13 en 7, 16 en 4). En "Tegen de klok" laat zien of de sommen al echt geautomatiseerd zijn. Zo worden de rekenspelletjes tot 20 korte rekenoefeningen: rekensommen tot 20 met brug en zonder, en erbij sommen en eraf sommen door elkaar.

Typische fouten

  • Eén te veel of te weinig: bij doortellen tellen kinderen het begingetal mee (8 + 5 = 12). Laat ze bij de volgende stap beginnen: 9, 10, 11, 12, 13.
  • Plus en min door elkaar: vooral in een rijtje gemengde sommen. Laat het teken eerst hardop zeggen.
  • Over het tiental bij min: 14 − 6 = 12 in plaats van 8, omdat 6 − 4 werd gerekend. Het voorbeeld na een fout laat de stap via de 10 zien.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet mijn kind de sommen tot 20 kennen?

Meestal aan het eind van groep 4 uit het hoofd. In groep 3 mag het nog met hulpmiddelen zoals het rekenrek.

Wat is het verschil tussen rekenen tot 20 met en zonder tientalovergang?

Zonder blijft de som binnen het tiental (12 + 5 = 17). Met ga je over de 10 heen (8 + 5 = 13).

Hoe help ik als mijn kind 8 + 5 moeilijk vindt?

Oefen eerst de splitsingen van 10 en van 5. Dan lukt de stap via de 10: 8 + 2 = 10, en nog 3 is 13.

Zijn er ook alleen minsommen tot 20?

Ja, kies bij "wijzigen" alleen min, of print het werkblad "Minsommen tot 20".