Plussommen en minsommen oefenen

GratisZonder accountGeen reclame in het spelOm te printen

Kleuters-groep 5 (1ste-3de leerjaar) · kerndoelen rekenen en wiskunde

Stap voor stap

als je kind… begin met voorbeeld
nog op de vingers telt tot 10 Splitsen en sommen tot 10 6 + 4 = 10 · 9 − 3 = 6
tot 10 rekent zonder tellen Sommen tot 20 8 + 5 = 13 · 15 − 7 = 8
bij 8 + 5 nog vastloopt Plus over het tiental 8 + 5 = 8 + 2 + 3 = 13
bij 13 − 5 nog vastloopt Min over het tiental 13 − 5 = 13 − 3 − 2 = 8
tientallen en eenheden kent Sommen tot 100 34 + 25 = 59 · 70 − 40 = 30
Spel met plus- en minsommen: kies de poort die je groepje laat groeien

Plus en min tot 20 · 10 sommen · zonder tijd ·

Werkbladen om te printen

Rekenrek met 8 en 5 kralen: 8 plus 5 is 13

Plussommen en minsommen, stap voor stap

Plussommen en minsommen zijn de basis van alle rekenen op de basisschool. Kinderen beginnen bij de kleuters met tellen en splitsen, rekenen in groep 3 tot 10 en tot 20, en in groep 4 tot 100. Op deze pagina vind je alle plus- en minspelletjes in die volgorde, van splitsen tot sommen tot 100, met voor elke stap een eigen pagina, een uitleg en een werkblad om te printen. Het spel hierboven mengt plus en min tot 20; met "wijzigen" kies je tot 10 of tot 100.

De volgorde van groep 3 tot groep 5

  • Splitsen tot 10: weten dat 7 en 3 samen 10 zijn, en dat 10 bestaat uit 6 en 4. Zonder splitsen lukt de rest niet.
  • Sommen tot 10: 4 + 5, 9 − 6. Het doel is dat ze zonder tellen gaan.
  • Sommen tot 20 zonder tientalovergang: 12 + 5, 17 − 4. Het tiental blijft staan.
  • Sommen over het tiental: 8 + 5, 13 − 5. Dit is de grote stap van groep 3 en 4, in Vlaanderen "rekenen met brug".
  • Sommen tot 100: eerst met hele tientallen (40 + 30), dan met tientallen en eenheden (47 + 35).

Automatiseren: sommen tot 20 uit je hoofd

In groep 4 moeten de plus- en minsommen tot 20 geautomatiseerd zijn: je kind weet dat 8 + 7 = 15 zonder te tellen. Dat is belangrijk, want bij sommen tot 100 en bij de tafels is er geen tijd meer om op de vingers te tellen. Korte rondjes helpen het meest: vijf minuten per dag, een paar keer per week. "Tegen de klok" laat zien of het al vlot gaat, en de lijst met fouten na elk rondje laat zien welke sommen nog niet zitten.

Hulpmiddelen die op school ook gebruikt worden

  • Het rekenrek: twee rijen van tien kralen, vijf rood en vijf wit. Zo zie je 8 + 5 als "8, aanvullen tot 10, nog 3".
  • De getallenlijn: sprongen naar het tiental en verder. Bij sommen tot 100 de lege getallenlijn.
  • Dubbelen: 6 + 6 = 12, dus 6 + 7 = 13. Bijna-dubbelen zijn een snelle weg.
  • Omkeren: 15 − 7 = 8, want 8 + 7 = 15. Plus en min horen bij elkaar.

De spelletjes laten bij een fout een kort voorbeeld zien met dezelfde stappen, zodat thuis en op school dezelfde aanpak gebruikt wordt.

Plus en min op papier

Bij elke pagina horen werkbladen om te printen, met antwoordblad. Met de werkbladmaker kies je zelf de soort sommen, het aantal en of het antwoordblad erbij moet. Speel je kind een rondje en gaan er sommen fout? Dan maakt "Deze printen" een werkblad met precies die sommen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen sommen tot 20 met en zonder tientalovergang?

Zonder tientalovergang blijf je binnen het tiental (12 + 5 = 17). Met tientalovergang ga je over de 10 heen (8 + 5 = 13) of eronder (13 − 5 = 8).

Wanneer moeten de sommen tot 20 geautomatiseerd zijn?

Meestal in groep 4. Je kind weet ze dan binnen een paar seconden, zonder te tellen.

Mijn kind telt nog op de vingers. Is dat erg?

Nee, in groep 3 is dat normaal. Oefen splitsen tot 10 en het aanvullen tot 10, dan wordt tellen langzaam overbodig.

Kan ik alleen minsommen oefenen?

Ja. Kies bij "wijzigen" alleen min, of ga naar de pagina "Min over het tiental".