Sommen tot 100: plus en min tot 100 oefenen
GratisZonder accountGeen reclame in het spelOm te printen
Groep 4-5 (2de-3de leerjaar) · kerndoelen rekenen en wiskunde
Stap voor stap
- Hele tientallen: 40 + 30 → 4 tientallen + 3 tientallen = 7 tientallen = 70.
- Rijgen (plus): 47 + 35 → 47 + 30 = 77 → 77 + 5 = 82.
- Splitsen (plus): 47 + 35 → 40 + 30 = 70 en 7 + 5 = 12 → 70 + 12 = 82.
- Rijgen (min): 62 − 27 → 62 − 20 = 42 → 42 − 7 = 35.
- Aanvullen (min): 62 − 27 → van 27 naar 30 is 3, van 30 naar 62 is 32 → 3 + 32 = 35.

Plus en min tot 100 · 10 sommen · zonder tijd · cijfertoetsen ·
Werkbladen om te printen
Plus en min tot 100 zonder tientalovergang
A4 · 30 sommen · met antwoordblad

Terwijl het geprint wordt: speel Plus en min tot 100
Plus en min tot 100 met tientalovergang
A4 · 30 sommen · met antwoordblad

Terwijl het geprint wordt: speel Plus en min tot 100
Sprongen op de getallenlijn
A4 · 20 sommen · met antwoordblad

Terwijl het geprint wordt: speel Plus en min tot 100


Rekenen tot 100 in groep 4 en 5
Na de sommen tot 20 komt in groep 4 het rekenen tot 100. Kinderen leren eerst tellen en springen met tientallen (30, 40, 50), dan sommen met hele tientallen (40 + 30), en daarna sommen tot 100 met tientallen en eenheden, zoals 34 + 25 en 47 + 35. Op deze pagina oefent je kind plus en min tot 100 met spelletjes en werkbladen. In groep 5 wordt het verder geautomatiseerd; in Vlaanderen hoort dit bij het 2de en 3de leerjaar.
Rijgen of splitsen?
Op Nederlandse scholen leren kinderen twee manieren om sommen tot 100 uit het hoofd uit te rekenen:
- Rijgen: je laat het eerste getal heel en telt er stukjes bij. 47 + 35 = 47 + 30 + 5 = 77 + 5 = 82. Op de lege getallenlijn zijn dat sprongen.
- Splitsen: je haalt beide getallen uit elkaar in tientallen en eenheden. 40 + 30 = 70, 7 + 5 = 12, samen 82.
Bij minsommen is rijgen meestal veiliger: 62 − 27 = 62 − 20 − 7 = 35. Splitsen gaat bij min vaak mis (60 − 20 = 40 en 2 − 7 = ?). Gebruik thuis de manier die je kind op school leert; vraag de leerkracht als je het niet zeker weet.
Aanvullen: min als plus
Liggen de getallen dicht bij elkaar, dan is aanvullen het snelst: 71 − 68 is "van 68 naar 71", en dat is 3. Ook bij 62 − 27 kan het: van 27 naar 30 is 3, van 30 naar 62 is 32, samen 35. Kinderen die snappen dat plus en min bij elkaar horen, maken veel minder fouten.
Sommen tot 100 oefenen met spelletjes
Begin met "Oefenen" met de cijfertoetsen; het eerste rondje gebruikt hele tientallen als opwarming. In de poortenrace kiest je kind poorten zoals "+ 30" of "+ 25" en moet het snel inschatten welke het meeste oplevert. In de stand "Onder elkaar" cijfert je kind zoals vanaf groep 5 of 6 op school. De werkbladen zijn er met en zonder tientalovergang en met lege getallenlijnen om zelf sprongen te tekenen. Zo zijn er rekensommen tot 100 met brug (over het tiental) en zonder, plussommen en minsommen, om het rekenen tot 100 te automatiseren.
Veelgestelde vragen
Wanneer leert een kind rekenen tot 100?
Meestal in groep 4, en in groep 5 wordt het verder geoefend en geautomatiseerd.
Wat is rijgen?
Rijgen is een manier van hoofdrekenen: je laat het eerste getal staan en telt er eerst de tientallen en dan de eenheden bij. 56 + 27 = 76 + 7 = 83.
Waarom gaat splitsen bij minsommen vaak fout?
Omdat de eenheden niet altijd van elkaar af kunnen. Bij 62 − 27 krijg je 2 − 7. Rijgen of aanvullen werkt dan beter.
Zijn er ook sommen tot 100 zonder tientalovergang?
Ja, het eerste werkblad en de instelling "Zonder tientalovergang".